Een studentenresidentie met 188 woningen, een conciërgewoning, hotelresidentie met 36 kamers, commerciële ruimtes en een ondergrondse parkeergarage met 48 parkeerplaatsen als onderdeel van het stadsontwikkelingsproject Zac de Corbeville.
Lot Thello
Orsay, Parijs
In het hart van de ZAC Corbeville in Orsay vormt dit project, een hybride residentie met hotel en studentenwoningen, een markant stedelijk baken. Gelegen op de hoek van de Cours de Corbeville en Boulevard Friedel, tegenover het ziekenhuis en naast de viaduct van de toekomstige metrolijn, is het gebouw ingebed in een dynamisch weefsel van onderwijs, zorg en mobiliteit.
Het ontwerp vertaalt deze context in twee zorgvuldig gearticuleerde volumes: een hoger bouwdeel dat naast studentenwoningen ook het hotel huisvest en daarmee de hoek markeert in het stedelijke weefsel, en een lager bouwdeel met uitsluitend studentenwoningen dat zich naar de publieke ruimte opent. De zuidvleugel van de studentenwoningen, gedraaid voor maximale lichtinval, creëert terrassen, zicht naar het groene binnengebied en een expressieve gevel die het stedelijke karakter van het project benadrukt.
De compositie is helder en leesbaar, waarbij oriëntatie en zonlicht de vorm sturen.
De architectuur is gestoeld op scheiding en ontmoeting. Gescheiden toegangen en circulaties waarborgen rust en privacy, terwijl collectieve ruimtes – van een groot gemeenschappelijk dakterras tot een groene patio – uitnodigen tot ontmoeting en gemeenschapsvorming. Het teruggetrokken volume creëert aan de noordzijde een genereus voorplein, een groene overgangszone die de relatie met de stad verzacht en de entree markeert.
De materialisatie steunt op contrast, robuustheid en contextuele inpassing. De kelder en sokkel zijn uitgevoerd in ter plaatse gestort en gebouchardeerde beton, vanwege hun duurzaamheid in publieke zones. De twee bovenliggende volumes worden opgetrokken in een hout-betonstructuur waarmee een aanzienlijke reductie van embedded carbon wordt gerealiseerd. De gevels zijn aan de perimeter afgewerkt met petroleum-blauwe houtpanelen die diepte en expressiviteit geven, in contrast met de vlakke witte binnengevels.
Het landschap wordt ingezet als drager van ecologische samenhang en biodiversiteit. Groenzones, terrassen en daktuinen sluiten aan op de publieke ruimte en versterken het ecologisch netwerk. Met inheemse beplanting, klimaat-adaptieve soorten en geïntegreerde nestplaatsen voor vogels, insecten en vleermuizen ontstaat een rijk microklimaat dat comfort en natuurbeleving centraal stelt.
Zo ontstaat een project dat meer is dan een gebouw: een stedelijke plek waar tijdelijk en permanent wonen elkaar kruisen, en waar architectuur, landschap en context samen een nieuwe dynamiek aan de wijk geven.